Recap van: AVROTROS’ ‘Bauer in China‘, aflevering #1
Deze aflevering krijgt: *

Man man man. Net als je denkt dat het écht niet dieper kan zinken op de Nederlandse TV na fantastische programma’s als ‘Help, Mijn Man Is Klusser’ (waarbij zielige mannen worden aangesproken op gedrag, wat hun vrouwen blijkbaar alleen durven in het openbaar voor een miljoenenpubliek op de Nederlandse tv, recap volgt) en ‘Herrie In De Keuken‘ (ik ga daar niet meer woorden aan vuil maken dan mijn huidige recap), was daar opeens het programma ‘Bauer in China’. Ik keek het puur toevallig: één van mijn weinige redenen waarom überhaupt het KPN-kastje aanstond was net afgelopen (Wie Is De Mol) en ik was in mijn zaterdagavond-zelfs-mijn-wijsvinger-werkt-niet-om-te-zappen-puur-vanwege-luiheid stand, waardoor ik na de reclames werd verwelkomd door de vrolijke deuntjes van de allereerste aflevering van dit programma. Ik zeg het nog maar eens: man man man. Bereid je voor op een wilde, culturele Reis Door De Onwetendheid.

Voor ik begin: laat ik vooropstellen dat Fransie me echt een aardige man lijkt. Oprecht. En zijn vrouw een aardige vrouw. Ok. Here we go.

We beginnen de aflevering met Frans en Mariska die onderweg zijn naar een bekende vliegtuigmaatschappij om daar hun cocktailtje aan vaccinaties in te laten spuiten. Logische plek ook wel, hier zal vast niets van sponsoring aan te pas zijn gekomen. Omdat Frans en Mariska weten dat China als land bestaat en zij bekend zijn met de lokale afhaalchinees (“babi pangang!!@!!#$!”), maar daar hun beperkte kennis omtrent het begrip ‘China’ ook stopt, vliegen de vooroordelen je om de oren als ze zich onderweg naar ‘de prikjes’ hardop afvragen wat ze mogen verwachten van hun toekomstige vakantiebestemming. Ik heb daarom maar vast een bingokaart gecreëerd. Ik hoop NIET dat ik aan het eind van de aflevering BINGO kan roepen, want dat zou de meest trieste bingo zijn die ik ooit heb gehad.

We komen helemaal in de juiste sferen als Frans en Mariska aan het wachten zijn op de onvermijdelijke spuit. Zodra het moment daar is, hebben we helaas al 3 blokjes van onze bingokaart kunnen afstrepen.

Fransie: “Gaan er veel mensen eigenlijk naar China? Zo rond deze tijd van het jaar?”
Vaccinatie-receptioniste (kijkt zoals iemand kijkt die een domme vraag krijgt): “Nee, niet echt nee”
Fransie: “Da’s toch raar he? Dat andere landen dan toch meer trekken. Zoals Spanje enzo”
*ik had hier heel graag GEEN obvious opmerking willen maken over de relevantie van geld, hoe je de waarde van geld makkelijk kunt vergeten als je er veel van hebt, hoe voor anderen een reis naar China niet direct vanzelfsprekend is, nog even los van de reisafstand, ik had écht oprecht de intentie om het niet te doen, maar ik deed het zojuist toch. Sorry

Gelukkig krijgen ze bij het halen van de vaccinaties direct wat meer informatie over het land waar ze naartoe gaan. Helaas bestaat die informatie voornamelijk uit de risico’s die ze lopen en de reden waarom ze de vaccinaties nodig hebben, dus erg uitnodigend is China op dit punt nog steeds niet voor de Bauers. Gelukkig zit de traumatische prik er snel in en gaan we met de Bauers mee naar huis, waar ze Chinees zullen gaan eten. Dit op basis van een spontaan besluit van Mariska, dat vast niet is ingegeven door de productie. Twee jongens (zoons? Geen idee, ze worden niet voorgesteld, de NPO verwacht blijkbaar dat ik thuis genoeg ben in de BN-ers methodiek om te weten wie dit zijn) zitten verveeld op de bank voor zich uit te kijken terwijl Fransie zich hardop afvraagt waarom hij toch zo van Chinees voedsel houdt. Er is geen enkel Chinees gerecht dat hij “niet lust”.

Och Fransie. You’re in for a wild ride. Helemaal gekeken naar het feit dat de huisgemaakte Chinese maaltijden geïnspireerd zijn op een combinatie van de lettergrepen co, ni en mex.

“Wereldburger creëert bami”
Sidenote: er is ook kroepoek (= Indonesisch, maar who cares? Continent is continent toch)

Om toch echt helemaal goed voorbereid naar China te gaan, gaan de Bauers ook nog eens eten in een Chinees restaurant in Nederland. Dit Chinese restaurant is niet zomaar een Chinees restaurant – nee, nee, hier werkt een Chinese chefkok die reeds meerdere prijzen in de wacht heeft mogen slepen. Ik zal je de verdere details besparen – het wordt nu immers toch eens tijd dat Bauers écht naar China gaan – maar benoemenswaardig is dat de zaakwaarnemer – excuus, ‘adviseur’, van deze kok eruit ziet en praat als zo’n man die weer terug te zien zou zijn bij één van Alberto Stegeman’s programma’s als serial-oplichter.

Zie! Voor de verandering overdrijf ik eens echt niet.

Dromerig zat ik vanaf hier nog te fantaseren: zal het hele concept van het programma misschien zijn dat ze zich voorbereiden om achteraf te besluiten, gebaseerd op alle negatieve ervaringen in Nederland, dat China een kutland is en ze er tóch niet heen willen?

Maar nee. Ze gingen écht.

Eenmaal in Hongkong aangekomen worden Frans en Mariska opgewacht door een – hou je vast – Nederlandssprekende Chinees met een Limburgs accent. Love. It. Nadat ze gecheckt hebben of deze NEDERLANDSSPREKENDE CHINEES (onthoud dit ff) hen dan wellicht kan helpen met een beetje wegwijs worden in China, en of hij hen ook kan helpen met de taal, en het antwoord daarop bevestigend is, stappen we het busje in. Mariska is trouwens dressed for the moment, totaal niet cultural inappropriate, in een blouse en haardracht waarmee ze opgaat in de natuurlijke habitat van China.

Frans en Mariska worden als eerste stop afgezet bij een prachtig uitkijkpunt over de stad: Victoria Peak. Daar is verder niets bijzonders over te melden – ze zijn onder de indruk van het uitzicht, en voor het eerst in deze aflevering kan ik me inleven en heb ik het idee dat we een serieus stukje TV zien. Daarna gaan ze langs bij een architect die een oplossing voor het woningprobleem heeft bedacht: wonen in een rioolbuis, stukje-serieus-TV-twee. Maar goed – allemaal irrelevant natuurlijk, want aan het eind van deze aflevering zien we dan eindelijk waar Frans en Mariska zich al die weken zo op hebben voorbereid: traditioneel Chinees voedsel!

Om te komen bij het restaurant waar ze gaan eten, moeten Frans en Mariska eerst door een soort foodhall lopen waar ze VAN ALLES ZIEN. Kippenkarkassen met kop er nog aan, levende(!!!) vissen, zwarte eieren, en volgt dit stukje hoogwaardige conversatie:

Frans: “Wat is dit dan?”
Mariska: “Vlees.”
Frans: “Nee, maar wat is dat? Is dat zijn staart?”
Mariska: “Ohhh. Neeeee.”
Frans: “Wat is dit dan? Zwarte eieren?”
Mariska: “Die liggen er al een tijdje.”
Frans: “Wat is dit dan Mariska?”
Mariska: “Nee, ditte!”
Frans: “Wat IS dit?”

En dan. Eindelijk. Eten bij de échte Chinees.

Met deze blik keek ik over het algemeen naar de wetenschappelijke artikelen die ik voor het vak Wetenschapsfilosofie moest lezen. Frans en Mariska bewaren deze blik voor het bestuderen van de Chinese menukaart.

Frans en Mariska komen er niet uit. “Dit is helemaal niet de bedoeling“, verzucht Frans dan ook. “Ik wil gewoon babi pangang, of iets wat ik herken.
Dit is hét moment voor Mariska om haar geheime wapen uit haar tas te halen: de menukaart van de lokale Chinees in Nederland.

I. Kid. You. Not.

Maar goed. Het werkt. Frans en Mariska krijgen een enorm bord ‘bami’ (lees: gebakken noedels) op tafel, en varkensvlees in rode saus (“dat lijkt wel op babi pangang”). En ook al leek het niet op wat ze thuis eten, en herkenden ze NIETS van wat ze thuis eten, toch smikkelden ze nog lang en gelukkig.

Maar ok – even serieus. Op dit moment begon ik me oprecht af te vragen of we hier wellicht te maken hadden met een parodie. Een soort van hihi-kijk-deze-bekende-Nederlanders-eens-even-lekker-gek-zijn-en-zomaar-wild-op-vakantie-gaan-naar-een-ver-land, terwijl Frans en Mariska elke avond zuchtend hun figuurlijke maskertjes afzetten en zonder camera nog even op pad gaan om het echte China te ontdekken. Maar de oprechtheid, gecombineerd met de omroep die dit programma aanbiedt en mijn zeer beperkte hoop in goedheid rondom de mensheid, maken dat ik het concept geloof.

Dit is geen grap.

Dit is echt.

En dit mensen, is waar jouw, mijn, ons belastinggeld heen gaat. Dus laten we allemaal even tegen elkaar zeggen:

PS: Die bingo? Ik zou zeggen: print de kaart en kijk de aflevering. Ik houd je leven graag een beetje spannend.